Blog

‘Ik laat mijn gezin niet kapot maken door dat wijf!’

‘Ik laat mijn gezin niet kapot maken door dat wijf!’, roept Mientje.  Met uitpuilende ogen springt ze op van haar keukenstoel. Met dat wijf doelt Mientje op de gezinsvoogd, die ook aan de keukentafel zit. Mientje doet net alsof de jonge vrouw er niet bij is en kijkt haar nauwelijks aan. Ze probeert mij, tijdens de intake, duidelijk voor zich te winnen.
‘Ik heb je nog nooit zo boos gezien, Mientje. De stoom komt bijna uit je oren’, zeg ik oprecht verbaasd.
‘Dat wijf…’, fluistert Mientje, terwijl ze naar de rechterkant van de tafel knikt, ‘verziekt mijn  leven en dat van mijn kinderen. Ze is zelf niet eens moeder… Luistert niet naar mij en snapt mij niet. Ze is er alleen maar op uit om mij te pakken… Om mijn kinderen af te pakken.’
Mientje is weer op haar stoel gaan zitten. Ze rolt met trillende, magere vingers een sigaret en steekt hem nijdig aan. Ik herinnerde me dat Mientje gediagnosticeerd was met longemfyseem.
‘Hoe bedoel je met ‘ons pakken’ Mientje?’, zegt de gezinsvoogd kalm, terwijl ze aantekeningen maakt. Haar mond is een smalle streep geworden.
‘Wil je beweren dat je mij niet aan het belazeren bent dan?’, zegt Mientje op uitdagende toon en ze rolt met haar ogen. Ze doet de stem na van de gezinsvoogd. Ze gedraagt zich erg onfatsoenlijk, vind ik.
‘Wat bedoel je met ‘ons pakken’ Mientje?’, vraagt de gezinsvoogd voor de tweede keer.
‘Dat jij erop uit bent om een kind bij haar moeder weg te halen. Dat is onnatuurlijk!’
‘Nee, Mientje, dat is niet waar. Ik probeer je kinderen niet weg te halen. Bovendien:  Daar ga ik helemaal niet over. Daar gaat de rechter over. Dat weet je, want daar hebben we het al over gehad met elkaar. De rechter vindt het wel belangrijk dat je met mij samenwerkt. Je werkt tot nu toe helaas niet echt mee. Ook dat heb ik je al gezegd.’
‘ÍK werk wel mee…’, stottert Mientje, ‘Júllie werken niet mee!’
‘Ik wil graag met je samenwerken Mientje, maar op deze manier lukt dat niet. Ik heb liever dat je rustiger tegen me doet.’
‘Naai me dan niet zo op!’
‘Nogmaals Mientje, zou je op rustige toon in gesprek willen gaan met mij? Op deze manier ga ik niet met je in gesprek. Dat doe ik met niemand.’
‘Oh, maar ik heb jou wel in de smiezen jongedame…’, sist Mientje, ‘O jawel… Ja, ja.’
‘Wat bedoel je daar mee?’, vraagt de gezinsvoogd.
Haar stem is nog altijd kalm en zonder emotie.
‘Dat ik wel weet wat voor leugens je over mij schrijft en dat je leugens over mij rondbazuint…  Maar dan ben je aan het verkeerde adres. Ik ben niet zoals andere moeders. Pak je mij, dan dien ik een klacht tegen je in… Let op mijn woorden: Leugens komen áltijd boven tafel… Ook die van jou.’
Mientje wijst veelbetekenend naar haar mobiele telefoon op een hoek van de tafel. Zowel de gezinsvoogd als ik vermoeden dat Mientje alle gesprekken met de telefoon opneemt. Ze dreigt ook regelmatig met het indienen van een aanklacht. Volgens Mientje heeft ze al het bewijsmateriaal al aan haar advocaat laten horen.
Ze bouwt een zaak op, zegt ze. Dat we dat weten.
‘Schrijf je in dat schrift ook wel eens goeie dingen over mij, hè?’, vraagt Mientje, ‘Nou? Doe je dat wel eens? Nu moet je eens goed luisteren jongedame: mijn kinderen zijn alles voor mij. Ze komen nooit iets te kort en ik zorg goed voor ze! Ik doe al twaalf jaar niks anders.’
‘Dat beweer ik ook niet Mientje, dat weet je.’
‘Ik doe hier de laatste twaalf jaar alles alleen in dit huis… En het ging goed… Totdat jullie je ermee gingen bemoeien. Ik heb zélf aan de bel getrokken en zélf om hulp gevraagd. En nu kom ik niet meer van jullie af. Laat me met rust. Jullie maken alles kapot. Daar geniet je van, hè? Leven kapotmaken.’
‘Dat is niet waar, Mientje, dat weet je.’
Mientje kijkt mij over de tafel aan. Met een duim wijst ze naar de donkere jonge vrouw naast mij.
‘Als dat wijf toch probeert mij te pakken te krijgen dan krijgt ze er spijt van!’
‘Is dat een dreigement, Mientje’, zegt de gezinsvoogd. ‘Wat bedoel je daar mee?’
‘Dat ik mijn dierbaarste bezit niet door zo’n snotneus als jou laat afnemen! Al moet ik de bak in. Nee, meisje. Daar ben ik een te goede moeder voor en daar heb ik de laatste jaren te hard voor geknokt!’
‘Ik zal hier melding van moeten maken Mientje. Je weet dat je dit soort zaken niet kan zeggen. Zo kan ik niet je in gesprek. De rechter zal hier ook teleurgesteld over zijn.‘
‘Oja? Nou je doet maar, meisje. Ga je gang.’
De gezinsvoogd stopt met een blos op haar gezicht al haar spullen in haar tas.
‘Vergeet niet dat ik een goede moeder ben die er over een minuut weer helemaal alleen voor straat, meisje. Vergeet dat niet’, zegt Mientje, ‘Denk daar maar over na als in je dure Porsche terug naar je dure villa rijdt. Vergeet niet dat ik er dan weer alleen voor sta!‘
‘Mientje, wat is hier nu net gebeurd?’, vraag ik verbaasd, ‘Zo ken ik je niet’.

De messen waren aan beide kanten geslepen!

Als consulent van MEE raakte ik opnieuw betrokken bij Mientje, omdat er een verstandelijke beperking bij haar was geconstateerd. Daarnaast waren er zorgen over de kinderen.

De dialoog is losjes gebaseerd op mijn intakegesprek met Mientje en de gezinsvoogd. De verwondering die ik aan het einde van het gesprek ervoer, was enorm . Mijn mond viel er letterlijk van open.

Het wantrouwen, de frustratie, de woede… In de afgelopen 15 jaar heb ik zelden een samenwerking tussen een cliënt en een professional zó tot een strijd zien escaleren. De messen waren aan beide kanten geslepen!

Het venijn die Mientje in dit gesprek –en vervolggesprekken-  liet zien was eigenlijk veel grover. De scheldwoorden kan ik hier niet herhalen.

Geen gemakkelijke vrouw

Nu kende ik Mientje dus al wat langer en daarom was mijn verbazing tijdens de intake ook zo groot. Ik wist al wel dat het bepaald geen gemakkelijke tante was. Een lieve vrouw voor haar omgeving, maar ook emotioneel in haar uitingen. Ze zei waar het op stond en nam geen blad voor de mond.

Toch werd ze in eerdere hulpverleningstrajecten door professionals eerder gezien als kwetsbare, maar daadkrachtige moeder. Ze ging door het vuur voor haar kinderen, wilde ze beschermen en bewoog hemel en aarde voor ze.

Nu werd ze vooral gezien als een vervelend, grof mens waar eigenlijk niet mee viel samen te werken. En wat ik zorgwekkend vond: Ze gedroeg zich ook steeds meer als een vervelend, grof mens waar niet mee viel samen te werken.

Mientje maakte het ook voor zichzelf en haar gezin erg moeilijk.

De plannen waren al bepaald

De grootste last van Mientje was dat ze –in haar beleving-  álle controle over haar leven had verloren. Er werd niet alleen bepaald dat ze veel zaken in haar opvoeding en gezin moest veranderen, er werd ook bepaald hóe ze dit moest doen. De plannen lagen klaar en waren bepaald. Ze hoefde alleen nog maar mee te werken.

En dat werkt niet…

Op een gegeven moment escaleerde de samenwerking zodanig dat er inderdaad twijfels werden geuit over de veiligheid van kinderen. Er werd – in afwezigheid van Mientje – gesproken over een time-out voor de kinderen.

Hoe werkt ‘een eigen plan en eigen regie’ binnen het gedwongen kader?

Ik wilde al heel lang een blog schrijven over de casus Mientje. Een veel gestelde vraag van deelnemers tijdens mijn training Sociale Netwerk Versterking is namelijk: Hoe werkt ‘eigen regie en een eigen plan’ binnen het gedwongen kader? Hoeveel ruimte krijgen mensen om een eigen plan te maken, als er ook veel twijfels rondom de veiligheid bestaan rondom het gezin en het sociaal netwerk?

Aan de hand van twee blogs en deze casus wil ik hier uitgebreid antwoord op geven.

Word vervolgd

In de tweede blog ga ik dieper in op deze casus en geef ik daarnaast tips hoe je ook tot een gedragen plan kan komen als het stellen van gedwongen kaders noodzakelijk is.

Tags: Sociale Netwerk Versterking

Auteur

  • Guy de Hoop
  • Trainer en coach