Blog

Wijkteams en rekening houden met een LVB

Sociale Netwerk Versterking: Wie weet wat goed voor mij is?

Mijn allereerste huisbezoek kan ik me nog goed herinneren. Een collega had me geadviseerd om op grond van wat in de aanmelding stond, alvast wat informatiefolders mee te nemen. Zo gezegd, zo gedaan. Er stonden nogal wat hulpvragen in het aanmeldverslag, dus ik had flink wat foldermateriaal bij me!

Felicitatiedienst

Op het eind van het gesprek, toen mevrouw haar verhaal gedaan had, zette ik mijn tas op schoot en haalde de folders er een voor een uit, terwijl ik uitlegde wat het was. De vrouw begon te schateren en riep uit: “Je lijkt de felicitatiedienst wel!”Sindsdien neem ik alleen nog maar een folder mee als ik zeker weet dat iemand deze informatie wil hebben.

Mag ik jou een tip geven?

Op het moment dat we horen waar iemand tegenaan loopt in zijn leven, gaat het oplossingsmechanisme in ons hoofd werken. We noemen een oplossing die bij een ander met vergelijkbare problematiek goed gewerkt heeft of lepelen het aanbod van een zorgaanbieder op. Misschien komt er nog het een en ander tevoorschijn vanuit ons persoonlijke ervaring.

Ook tijdens casuïstiekbesprekingen gebeurt iets dergelijks regelmatig: zodra iemand ter sprake brengt waar hij tegenaan loopt met een klant, vuren de collega’s tips op hem of haar af. “Je kan dit doen” of “ik zou dat doen”. Soms zijn die tips zeer welkom, zeker als het om feitelijke, praktische informatie gaat. Regelmatig echter helpen deze adviezen je niet verder. Dan heb je het nodig om zelf al pratende te achterhalen waardoor de begeleiding mogelijk stagneert. Dan helpt het als je collega’s open vragen stellen, zoals “Wanneer liep het contact wel goed?” of “Stel, dat ik aan jouw klant zou vragen hoe hij vindt dat het gaat, wat zou hij dan zeggen?”

Het komt ook voor dat iemand goedbedoeld vraagt: “Mag ik jou een tip geven?” Uit beleefdheid antwoord je: “Ja, graag!” . Wat die ander met dit ongevraagde advies echter teweeg kan brengen is het gevoel dat je het dus eigenlijk niet goed doet en dat er een betere manier is.
Zit de ander eigenlijk wel op onze tips te wachten? Hoe weten wij nu of onze oplossing past bij de kwestie van deze unieke persoon?

Op je handen zitten

Bij het werken vanuit Sociale NetwerkVersterking ben je in het gesprek juist zo “leeg” mogelijk. Je luistert aandachtig en als er oplossingen in je op komen, houd je die voor je. Met andere woorden: je gaat op je handen zitten. De ander mag zijn verhaal vertellen en je stelt vragen, die hem helpen de zaken duidelijk te krijgen. Door een instrument als de basisposter te gebruiken, wordt helder wat de krachten zijn en wat men wenst voor de nabije toekomst. Je faciliteert de ander om samen met mensen uit het netwerk een plan te maken, waarmee hij dichterbij zijn wensen komt. Zo komen de oplossingen uit de persoon zelf, met behulp van de mensen die belangrijk voor hem zijn en hem goed kennen. De kans dat deze oplossingen goed bij hem passen, zijn vele malen groter dan wanneer een buitenstaander (die er ‘verstand’ van heeft) deze bedenkt. En als een plan bij je past, dan is het ook beter uit te voeren.

Het plan van Arie

‘Arie (54) woont zelfstandig, maar doet veel samen met zijn moeder. Hij is enkele jaren geleden vastgelopen in zijn werk, toen zijn werkzaamheden opeens veranderden. Sindsdien werkt hij niet meer. Arie heeft een autisme spectrum stoornis.

Als zijn moeder in een zorgcentrum gaat wonen, ontfermt de vrouw die haar al jaren ondersteunt, zich ook over Arie. Ze meldt hem aan bij het sociaal team met de vraag of geregeld kan worden dat hij een indicatie voor dagbesteding krijgt. Hij woont nu immers maar alleen, heeft veel minder te doen en kan wel wat toezicht gebruiken.

Door deze vraag maak ik kennis met Arie. Op mijn verzoek heeft hij zijn nichtje bij het gesprek uitgenodigd. Via de basisposter komen we erachter, dat Arie genoeg heeft aan zijn dagelijkse werkzaamheden, zoals het bezoeken van zijn moeder, het bijhouden van de tuin en het huishouden. Hij wíl helemaal niet naar dagbesteding. Wel zou hij wat hulp kunnen gebruiken bij het indelen van zijn werkzaamheden. Ook wil hij graag meer contact met zijn familie. Hier worden concrete afspraken over gemaakt en deze vormen samen het plan van Arie.

Tijdens de meedenkbijeenkomst wordt waardevolle informatie over autisme gegeven. Daardoor begrijpen familieleden en mensen uit de buurt hoe het komt dat Arie soms op een wat onverwachte manier reageert. Dit begrip verstevigt de onderlinge band. Als ik afscheid neem is iedereen tevreden. Arie heeft samen met de mensen om hem heen een plan bedacht dat helemaal bij hem past!’

Wil je ook leren hoe je mensen faciliteert bij het bedenken van hun eigen oplossingen? Meld je dan aan voor de basistraining Sociale NetwerkVersterking!

Tags: Sociale Netwerk Versterking

Auteur

  • Sociale Netwerk Versterking: Wie weet wat goed voor mij is?

Lees ook

Is kindermishandeling te voorkomen?

De afgelopen 10 jaar zijn er in Nederland ongeveer 520 kinderen overleden aan de gevolgen van kindermishandeling. Toen ik in november tijdens de week tegen kindermishandeling in Eindhoven onder een kunstwerk stond - een aantal waslijnen met 520 t-shirtjes, voorzien van namen, wapperend in de wind, symbool voor de overleden kinderen- kwam dat wel even binnen. En niet alleen bij mij, ook bij de mensen die er onderdoor liepen. meer…

Post it

Jan Willem en Theresa zijn al een paar jaar samen ze hebben 2 jonge kinderen Bjorn en Suze. In eerste instantie lijkt het een gelukkig doorsnee gezin. Maar schijn bedriegt. Theresa heeft een tijd geleden contact opgenomen met het sociaal team. Ze kan niet meer tegen het starre gedrag van Jan Willem. meer…

Het verschil tussen een groep of een team

Dat een groep in een rap tempo kan veranderen in een team en omgekeerd heb ik vaker meegemaakt. Tijdens mijn werk als trainer zie ik dit regelmatig gebeuren, maar ook tijdens activiteiten daarbuiten. Wanneer ben je met elkaar een groep en wanneer een team? meer…