Blog

Wijkteams en rekening houden met een LVB

Sorry, ik weet het niet

‘Sorry, ik weet het niet…’ In het leven vind ik het nog steeds lastig om aan anderen toe te geven dat ik iets niet weet. Vooral in mijn werk als cliëntondersteuner en trainer. Mensen vragen mij immers om advies en verwachten juist dat ik het wel weet. Ik krijg er immers voor betaald.

Wat heeft die ander er nu aan zijn verhaal keer op keer te vertellen? Staat dat niet al in een dossier? Wat heeft die ander nu aan jou als hij uiteindelijk zélf moet bedenken hoe hij het op gaat lossen? Wat als een situatie zo onveilig is dat er nu iets moet gebeuren?

Toch is ‘niet weten’ binnen de Kunst van het vragenstellen precies dé kunst.

Of in de woorden van Drs. Okke Zielknijper, psy-kundige*

“De kwestie is dat u anderen ziet zoals u denkt dat ze zijn. En anderen zien u, zoals ze dénken dat ú bent. Iedereen is maar een verzinsel van degene die hij ontmoet.”

De expertise van de professional

Als professional ben je een tijdelijke passant in het leven anderen. Je kunt simpelweg niet alles van anderen weten en begrijpen. Dat hoeft gelukkig ook niet, want de verteller beschikt al zelf over deze kennis. Hij is de deskundige van zijn eigen leven en kent de keuzes die hij heeft gemaakt. Waarom hij de keuzes heeft gemaakt mogelijk niet. Vragen kunnen mensen helpen tot dit inzicht te komen.

Wanneer bij de eerste ontmoeting de hulpvraag en mogelijk hulpaanbod worden gedefinieerd, is de creativiteit vaak gauw weg. Vooral de professional zit op het puntje van zijn stoel en stelt vooral vragen om zelf tot inzicht te komen. Hij benoemt een aantal bekende oplossingen en de klant leunt achterover, vertrouwend op de expertise van de professional.

Besluiten worden soms haastig genomen. Snelle oplossingen worden vaak juist gewaardeerd. Maar lossen deze ook op wat ze op moeten lossen?

Dat dat niet altijd het geval is heb ik als cliëntondersteuner een aantal jaren geleden zelf mogen ondervinden. Soms creëren zij alleen maar meer problemen.

Hemel en aarde voor jullie bewogen

Ronald is 20 jaar. Voor me ligt zijn spoed-aanmelding. Hij is bekend met autisme, ADHD en hij zou trekken hebben van een narcistische persoonlijkheidsstoornis, aldus het dossier. Door wie en wanneer deze ‘trekken’ zijn vastgesteld is voor de verwijzer een raadsel. Ronald is dakloos, omdat hij niet meer in zijn ouderlijk huis kan wonen. De ruzies met zijn ouders lopen steeds vaker uit de hand. Hij slaapt momenteel in een auto in de buurt van zijn ouders.
Ronald maakte zo’n beetje ruzie met iedereen, merk ik al snel. Hij wilt ook helemaal niets aan zijn situatie veranderen. Het gaat prima met hem. Ik begrijp niet waarom. ‘Je woont in een auto. Slechter wordt het niet’, zeg ik in gedachten tegen hem.

Het lukt me snel van alles voor Ronald te regelen. Ik voel me er erg goed bij; dat heb ik toch mooi voor elkaar.

Binnen een week staat Ronald met zijn vader voor de poort van een crisisopvang in de regio. Na binnenkomst kijkt Ronald vol afgrijzen en toenemende paniek om zich heen. ‘Moet ik met al die zwervers slapen en wonen?’, zegt hij. ‘Getverdemme, nee, dan slaap ik nog liever in de auto.’

Zijn vader houdt zijn arm stevig vast om te voorkomen dat hij rechtsomkeert maakt. Vader vertel ik dat ik hemel en aarde voor hen heb bewogen om dit zo snel voor elkaar te krijgen. Een zeldzame kans.

Een dag later is Ronald weggelopen van de crisisopvang en spoorloos. Ojee, wat nu? Ik voel me verantwoordelijk voor wat er was gebeurd. Als hem maar niets overkomt. De vader van Ronald ook. Waar is Ronald?

Uiteindelijk is Ronald weer terecht. Hij woont weer in zijn auto. Hij geeft bij iedereen aan zich weer prima te voelen. Hij is graag alleen, hij heeft alles wat hij nodig heeft en om de hoek wonen zijn ouders… Hij wilt een lange tijd niet meer met me praten.

Wie is Ronald eigenlijk?

Ik begreep er helemaal niets van. Dakloos zijn en wonen in een oude auto zie ik als een heus dieptepunt. Lager aan wal kun je niet raken, fluistert een stemmetje mij in. Maar ik ben Ronald niet en Ronald is niet mij. Onze kijk hierop verschilt behoorlijk en ik had dat niet eens in de gaten. Wie is Ronald eigenlijk?

Die ene nacht in de plaatselijke noodopvang van de gemeente zag Ronald juist als een dieptepunt. Een enge plek tussen andere daklozen die volgens hem wellicht uit zijn op ruzie of zijn bezittingen. En hij werd daar zomaar door mij en zijn vader tussen gezet. Niemand had oog voor zijn angst. Voor hem was de nacht ondraaglijk.

Nooit, nooit, nooit zou hij hier terug naartoe gaan. Wat ik of zijn vader ook beweren. Dan ging hij nog liever dood, zei hij.

Zo had ik het niet bekeken.

* Bron: Oosterheert, P. (2012). Zeg nu zelf. 1250 citaten uit de bommelsaga. Ton Paauw.

Tags: Communicatie, Gespreksvoering

Auteur

  • Guy de Hoop
  • Trainer en coach

Lees ook

Licht verstandelijke beperking, herkennen en ermee omgaan

Kan niet ligt op het kerkhof, en wil niet ligt er naast. Willen is kunnen. Waar een wil is, is een weg. Als je maar wil, dat is het verschil! Deze woorden worden makkelijk gebruikt. De onderliggende toon is dat het je eigen schuld is wanneer je iets niet van de grond krijgt…je bent gewoon lui. meer…

Autisme: kennis delen zorgt voor vooruitgang

Ruim 20 jaar geleden mocht ik voor het eerst kennis maken met autisme en tot op de dag van vandaag vind ik het boeiend. Ik ben in 1992 aan het werk gegaan op een kinderdagcentrum. 6 jongens met een verstandelijke beperking en een autisme spectrum stoornis vormden de autistructuurgroep. Samen met een collega waren we verantwoordelijk voor deze groep. Naast deze beperkingen speelden er ook gedragsproblemen en epilepsie. Een uitdaging! meer…

Rolconflicten sinds de transitie

Vorige maand sprak ik Klaas*, een van de cliëntondersteuners die ik heb mogen interviewen om een training op maat te ontwikkelen over rolconflicten. Hij vertelde mij hoe de transitie van de gemeente invloed heeft op de nieuwe manier van werken. Voorheen werkte hij als onafhankelijke consulent, nu als cliëntondersteuner binnen een sociaal wijkteam. meer…