Gemeenten maken stappen in de begeleiding van kwetsbare jongeren

Gemeenten hebben kwetsbare jongeren steeds beter in beeld en zijn meer in staat om hun passende ondersteuning te geven. Desondanks bestaat het risico dat bepaalde groepen jongeren buiten beeld van de gemeente raken en dat zij niet de nodige ondersteuning krijgen om aan het werk te komen. Verder valt er winst te behalen in een betere regionale coördinatie en aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Dit stelt de Inspectie SZW naar aanleiding van twee onderzoeken die zij heeft uitgevoerd.

Gemeenten hebben er sinds de invoering van de Participatiewet, 1 januari 2015, een nieuwe doelgroep bij gekregen. Dit zijn jongeren met arbeidsmogelijkheden die niet het wettelijk minimumloon kunnen verdienen en voorheen een beroep konden doen op de Wajong, met ondersteuning van UWV. De begeleiding van de nieuwe doelgroep vraagt om specifieke expertise van gemeenten die de meeste bij de invoering van de wet nog niet in huis hadden.

De Inspectie SZW heeft onderzocht of gemeenten deze doelgroep goed in beeld hebben en hun de juiste begeleiding geven. Een belangrijk aspect daarbij is hoe zij samenwerken met Vso- en Pro-scholen, omdat veel jongeren van die scholen een beroep doen op de ondersteuning van gemeenten. De onderzoeken van de Inspectie hebben geresulteerd in twee rapporten: ‘De weg naar extra banen’ en ‘Begeleiding van jongeren met een arbeidsbeperking door gemeenten’.

De Inspectie constateert dat gemeenten de jongeren van de Vso- en Pro-scholen goed in beeld hebben, maar jongeren die uit een andere richting komen veel minder. Een aantal gemeenten voert wel allerlei acties uit om die jongeren beter in beeld te krijgen.

De samenwerking met Vso- en Pro-scholen verloopt volgens de Inspectie steeds beter. Dat zorgt voor een goede overgang van de jongere van onderwijs naar arbeidsmarkt of naar de ondersteuning door gemeenten. De scholen zijn soms niet enthousiast over de samenwerking binnen arbeidsmarktregio’s tussen gemeenten. Gebrek aan coördinatie levert hen veel extra werk op. Ook geven scholen aan dat de aanspreekpunten bij sommige gemeenten veel wisselen en dat er niet altijd sprake is van een warme overdracht van de jongeren. De Inspectie komt ook goede voorbeelden tegen van intensieve samenwerking binnen de regio die er op gericht is een betere aansluiting te krijgen tussen onderwijs en arbeidsmarkt.

Gemeenten vinden het lastig om de jongeren ‘actief te houden’ als ze nog geen werk hebben om hun arbeidsvaardigheden te ontwikkelen of op peil te houden. Nog niet alle gemeenten hebben daarvoor voldoende voorzieningen. Een deel van de jongeren dreigt daardoor ‘thuis op de bank te komen zitten’.

Het uitgangspunt van de wetgever is dat iedereen met arbeidsvermogen naar werk bij reguliere werkgevers moeten worden begeleid. Veel gemeenten doen dat echter niet voor jongeren die een lage arbeidsproductiviteit hebben. Door dit beleid worden deze jongeren uitgesloten van werken op de arbeidsmarkt en zijn daardoor aangewezen op dagbesteding of vrijwilligerswerk.

Om jongeren uit de doelgroep aan het werk te krijgen en te houden kunnen gemeenten instrumenten inzetten zoals loonkostensubsidie, jobcoaching en proefplaatsing. Ook bestaan er voorzieningen als werkplekaanpassingen en vervoersvoorzieningen. De helft van de gemeenten hanteert beperkingen bij de inzet van instrumenten. Zij vinden dat zij onvoldoende middelen hebben om alle instrumenten in te zetten die nodig zijn. Vooral een belangrijk instrument als jobcoaching is daar de dupe van. De meerderheid van de gemeenten hanteert een minimale inzet van jobcoaching. Dat kan voor een werkgever aanleiding zijn niet met jongeren in zee te gaan of dat een dienstverband van korte duur is omdat het risico van uitval groter is.

Bron: Inspectie SZW

3 miljoen voor pilots centra huiselijk geweld en kindermishandeling