Jongeren uit jeugdzorg vragen op latere leeftijd vaak uitkering aan

Jongeren met een achtergrond in de jeugdzorg doen, eenmaal volwassen, een groot beroep op de Wajong, bijstand en de zorg. Gemeenten krijgen dus vaak opnieuw met dezelfde personen te maken, maar dan op een latere leeftijd. Dit blijkt uit een onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB).

Het CPB analyseerde de gegevens van alle jongeren die in 2011 18 jaar werden. Drie jaar later blijkt 80 procent van de Wajongeren uit deze groep uit de jeugdzorg te komen. Voor de AWBZ viel zelfs 90 procent eerder onder jeugdzorg en 40 procent van de mensen die bijstand ontvangen, gebruikte eerder jeugdzorg. Het is voor het eerst dat het gebruik van zorg en inkomensondersteuning van jongeren uit de jeugdzorg in de loop van de tijd is onderzocht.

Het onderzoek doet nog drie aanvullende suggesties aan gemeenten om de zorg aan jongeren te verbeteren. In de eerste plaats combineren veel jongeren die jeugdzorg nodig hebben meerdere vormen van zorg. Daarom is verbinding tussen de verschillende vormen van jeugdzorg van belang. Ten tweede kan nauwe samenwerking tussen gemeenten en plaatselijk (speciaal) onderwijs voordelen bieden. Veel jongeren die jeugdzorg nodig hebben, volgen speciaal onderwijs. Het latere gebruik van de bijstand en de Wajong door jongeren uit het speciaal onderwijs is aanzienlijk. Ten derde blijken jongeren met een achtergrond in jeugdzorg relatief vaak te verhuizen naar een andere woonplaats, maar blijven ze wel vaak binnen de regio wonen. Dit vraagt om afstemming van de hulpverlening op regionaal niveau.

Iedere jongere heeft recht op een JIM