Kind heeft nog steeds hoog risico op armoede

Van de kinderen tot 18 jaar leeft 8,1 procent in armoede. Bij kinderen tot 12 jaar is dat zelfs 9 procent. Daarmee hebben kinderen een verhoogd risico op armoede in vergelijking met de rest van de bevolking, waarvan 5,7 procent in armoede leeft. Dat meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

De armoede in Nederland daalt sinds 2013. Ook onder kinderen is de armoede gedaald; in 2013 leefde 10,3 procent in armoede. Het risico op opgroeien in armoede is het hoogst onder kinderen tot 12 jaar. Daarna loop het terug. Dat komt doordat kinderen dan naar de middelbare school gaan en hun ouders meer kunnen gaan werken. Bovendien is het mogelijk dat kinderen gaan bijdragen aan het besteedbaar inkomen van het gezin.

Kinderen uit eenoudergezinnen zijn vaker arm, met name als het gezinshoofd een vrouw is. Daar is het armoedepercentage bijna 15 procent; bij eenoudergezinnen met een man aan het hoofd ligt het op 7 procent. Dit komt doordat alleenstaande moeders relatief vaak afhankelijk zijn van een uitkering.

‘Kinderarmoede is een hardnekkig probleem’, stelt Sofie Vriends, lid van de directie van het Nederlands Jeugdinstituut. ‘En de effecten van opgroeien in armoede zijn groot en langdurig. Met name voor jonge kinderen kunnen de effecten groot zijn. Juist in die kwetsbare periode zijn kinderen extra gevoelig voor de stress die armoede veroorzaakt bij hun ouders. We weten dat stress ervoor zorgt dat ouders onzekerder worden over hun rol als opvoeder en ouder. Bij kinderen zelf zie je onder andere dat ze zich vaak buitengesloten en geïsoleerd voelen omdat ze niet kunnen meedoen aan activiteiten die geld kosten.’

‘Armoede heeft op allerlei terreinen nadelige consequenties voor de ontwikkeling en de gezondheid van kinderen. Daarom heeft het Nederlands Jeugdinstituut zich begin dit jaar aangesloten bij de Alliantie Kinderarmoede. Die heeft als doel dat in 2030 in Nederland geen kinderen meer opgroeien in armoede en zoekt naar manieren om kinderarmoede aan te pakken.’

Bron: SCP; Nederlands Jeugdinstituut