Richt onafhankelijke cliëntondersteuning ook op werk en inkomen

Minister De Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) stelt extra middelen (55 miljoen euro) beschikbaar voor onafhankelijke cliëntondersteuning. Dit is broodnodig om een impuls te geven aan onafhankelijke cliëntondersteuning. Ouderenadviseurs spelen hierbij een belangrijke rol. Veel ouderenadviseurs van KBO-PCOB komen achter de voordeur bij ouderen en geven ondersteuning bij keukentafelgesprekken en toegang tot zorg.

Cliëntondersteuning ook voor werk en inkomen

KBO-PCOB is blij met deze extra middelen, maar het is van belang dat cliëntondersteuners ook worden ingezet bij advisering over werk, inkomen, uitkering, armoede en re-integratie. De Landelijke Cliëntenraad (LCR) heeft de minister, mede namens KBO-PCOB, middels een brief verzocht hier aandacht aan te besteden in zijn verbeterplannen.

Senioren zijn op dit moment nog onvoldoende op de hoogte dat onafhankelijke cliëntondersteuning er ook is voor vragen over werk en inkomen. Een gemiste kans, omdat juist veel senioren ondersteuning zoeken als het gaat om inkomensvragen en schuldenproblematiek. Meer aandacht voor werk en inkomen kan bijdragen aan het terugdringen van langdurige armoede.

Toegankelijkheid en kennis vergroten

Niet alleen de bekendheid, maar ook de toegankelijkheid tot ondersteuning kan beter. Niet voor niets heeft de minister aangekondigd hiermee aan de slag te gaan. Senioren moeten voor gesprekken met instanties, zoals de gemeente, het UWV en de SVB, kunnen rekenen op onafhankelijke cliëntondersteuning. Sterker nog, mensen hebben het recht om deze ondersteuning mee te nemen naar een eerste gesprek. Dit vraagt ook om meer kennis en expertise van cliëntondersteuners. Dat is vaak helaas nog niet goed geregeld.

Vier opgaven minister

De stimulans die de minister door de extra gelden wil realiseren ondersteunt het belang van goede cliëntondersteuning. Ook het SCP constateerde in haar evaluatie van de langdurige zorg nogmaals het belang van goede cliëntondersteuning. De minister zegt dat onafhankelijke cliëntondersteuning ook bezien moet worden in relatie tot de (andere) taken en dienstverlening van gemeenten, hun sociale (wijk)teams, zorgkantoren, instanties in het sociaal domein en zorgaanbieders.

Concreet ziet de minister ziet vier opgaven:

  1. Er moet meer inzicht komen in hoe de vraag naar en het aanbod van cliëntondersteuning er precies uitziet.
  2. Cliëntondersteuning moet vanaf het allereerste begin beter bekend zijn en georganiseerd worden. Zodra een hulp- of ondersteuningsvraag wordt gesteld, moet de betrokken professional de cliënt kunnen wijzen op de mogelijkheid om cliëntondersteuning te krijgen.
  3. Er zal gericht werk werk gemaakt worden om bekendheid te creëren over het recht op cliëntondersteuning bij cliënten of hun naasten.
  4. Ten slotte gaan minister met cliëntorganisaties, cliëntondersteuners en hun beroepsgroep, gemeenten en zorgkantoren aan de slag om de kwaliteit en deskundigheid te bevorderen, in het bijzonder om specifieke groepen nog beter te leren bedienen.

Bron: Unie KBO

Naar toegankelijke hulp bij licht verstandelijke beperking