Richtlijnen terminologie seksuele uitbuiting van kinderen

Seksuele uitbuiting en seksueel misbruik van kinderen zijn complexe fenomenen en vragen een multidisciplinaire aanpak. Belangrijk daarbij is dat eenduidige terminologie wordt gebruikt. Er bestaan nationaal en internationaal namelijk verschillende termen voor (vormen van) seksueel geweld tegen kinderen. Dit bemoeilijkt de aanpak ervan.

Daarom heeft een internationale werkgroep richtlijnen opgesteld voor het gebruik van terminologie inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik. De werkgroep bestond uit achttien internationale organisaties en stond onder leiding van Jaap Doek (voormalig voorzitter van het Comité voor de Rechten van het Kind) en ECPAT Luxemburg. De richtlijnen zijn op 14 juni gepubliceerd in Geneve.

Het ontbreken van een gemeenschappelijke taal om seksuele uitbuiting te beschrijven beïnvloedt en ondermijnt de wereldwijde inspanningen om kinderen te beschermen. Zelfs waar dezelfde termen worden gebruikt, is vaak onenigheid over hun eigenlijke betekenis, wat resulteert in verwarring en uitdagingen voor de wetgever, wetshandhavers, kinderbeschermingsorganisaties en media. Met name bij seksuele uitbuiting die over grenzen plaatsvindt, komen deze problemen tot uiting.

De richtlijnen bieden hulp bij het gebruik van terminologie over seksuele uitbuiting van kinderen en hebben het doel consensus te bereiken, vooral om het verzamelen van gegevens te verbeteren en de samenwerking tussen instanties, organisaties en landen te versterken. De richtlijnen zijn bedoeld voor instanties en organisaties over de hele wereld die zich met bescherming van kinderen bezig houden.

Iedere jongere heeft recht op een JIM