Zelfredzaamheid Wmo-cliënten gering

De zelfredzaamheid van mensen die onder de Wmo vallen is gering.  Dit blijkt uit recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Minder dan 10% van hen kan de problemen zelfstandig oplossen. Ook biedt bij 40% van de Wmo-gebruikers het eigen netwerk bij de meeste problemen onvoldoende hulp; dat geldt ook voor 20% van de multiprobleemhuishoudens.

In alle gemeenten is de eigenkrachtbenadering opgenomen in het beleid en de praktijk van de hulpverlening in het sociaal domein. Er is in de gemeenten veel steun te vinden voor de gedachte dat mensen eerst hun eigen mogelijkheden, hun eigen netwerk en eventueel ook vrijwillige hulp mobiliseren om tot een juiste ondersteuning te komen. In het eerste jaar van de decentralisaties zoeken gemeenten naar manieren om ‘eigen kracht’ daadwerkelijk te integreren in de ondersteuningsstructuur en de ondersteuningstrajecten. Gemeenten vatten hun opdracht breder op dan alleen het versterken van de eigen kracht van de burger met ondersteuningsbehoeft€e. Zij erkennen ook het belang om meer ‘zorg voor elkaar’ in de samenleving te realiseren. Door aankerend beleid ten aanzien van vrijwilligerswerk, de ondersteuning van de civil society en instrumenten voor het afstemmen van vraag en aanbod van hulp hebben ze daarmee een begin gemaakt.

Onze gedachte is: als je op dorpsniveau investeert […] dan zal die samenleving misschien steeds meer naar elkaar gaan omkijken. We doen het op twee manieren, van bovenaf en van onderaf. We hopen dat burgers zelf dingen voor elkaar gaan doen, maar als overheid zeggen we wel we gaan wel meer investeren in die wijk […] om dat van de grond te krijgen. (beleidsmedewerker)

Ondanks de wil en de gevoelde noodzaak (gezien de financiële beperkingen) om meer aan mensen zelf over te laten, wijzen zowel beleidsambtenaren, als managers van aanbieders, professionals en cliënten op de beperkingen van de eigenkrachtbenadering. Allereerst zien zij grote verschillen in de mate van zelfredzaamheid en de potentie van zelfredzaamheid bij verschillende doelgroepen. Er zijn
groepen cliënten die minder zelfredzaam zijn en altijd wel professionele ondersteuning nodig zullen hebben. Ruimte voor maatwerk is daarom relevant voor het toepassen van de eigenkrachtbenadering.

[…] je moet op een gegeven moment ook incalculeren dat je een groep mensen hebt waar je gewoon voor moet zorgen en dan kan iedereen blijven zeggen: je moet de eigen kracht versterken, maar daar zit wel een rek op. (beleidsmedewerker)

Daarnaast zijn er mechanismen als vraagverlegenheid en handelingsverlegenheid en het vraagstuk van wederkerigheid, die de inzet van eigen kracht en het eigen netwerk compliceren. Mensen vragen hun omgeving niet makkelijk om hulp, vooral als ze geen wederdienst kunnen verlenen, en ze voelen soms aarzeling om hulp aan te bieden. Door deze mechanismen moeten gemeenten bedacht zijn op het risico dat een afname van professionele
hulp niet wordt gecompenseerd door informele hulp en daarmee een daling in de zelfredzaamheid tot gevolg kan hebben (de autonomieparadox). Ten slotte noemen beleidsambtenaren, managers van aanbieders, professionals en cliënten grenzen aan de inzet van vrijwilligers. De inzet van het hulppotentieel in de samenleving wordt aan de ene kant beperkt door de beschikbaarheid van tijd en ruimte van burgers om meer informele zorg te verlenen en aan de andere kant omdat vooral de zwaardere problematiek zich minder makkelijk leent voor vrijwillige ondersteuning. Met de kanttekeningen die beleidsambtenaren, managers van aanbieders, professionals en cliënten zetten, temperen ze al te hooggestemde verwachtingen over wat met ‘eigen kracht’ kan worden bereikt.

[…] dat is wel het lastige met vrijwilligers, je moet er natuurlijk wel echt van op aan kunnen […] en ze moeten ook met die doelgroep om kunnen gaan. […] vrijwilligers die echt om kunnen gaan met mensen met een verstandelijke beperking, dat is toch weer wat lastiger. (professional)

Het onderzoek laat zien dat een effectieve eigenkrachtaanpak niet hetzelfde is als: zoek het zelf maar uit! Het mobiliseren van de eigen kracht van burgers, met name van mensen die met meervoudige problematiek te maken hebben, is een proces dat geleidelijkheid, aandacht en kunde vergt van professionals. Het winnen aan zelfstandigheid gaat in kleine stappen. Het hoe€ daarom niet automatisch en direct veel winst op te leveren in de benodigde menskracht.

Met de decentralisaties hebben gemeenten ook de bureaucratische last (regeldruk) van instellingen in de verschillende domeinen geërfd. Vooral voor huishoudens met meerdere problemen weegt die last zwaar. Het oplossen van meerdere problemen in verschillende domeinen met uiteenlopende voorwaarden, vereisten en regels is soms ‘hogere wiskunde’. Dat gaat de spankracht van kwetsbare mensen te boven. De inrichting van de ondersteuningsstructuur in de gemeenten met voorzieningen als de aanstelling van zorgregisseurs wordt door zowel professionals als cliënten gezien als een aanwinst voor de zorg aan huishoudens met meerdere problemen. Met name hun herkenbare centrale positie in de ondersteuning en de korte lijnen die deze regisseurs hebben met de gemeente en andere instanties kunnen het verschil maken.

[…] in eerste instantie raak ik in paniek en dan ga ik het liefste onder mijn dekens zien en dan kom ik er niet meer onder vandaan. Maar al gauw bel ik wel [de regisseur] […] dan komt er altijd wel een oplossing. […] Ik had nooit verwacht dat ik dat zou zeggen, maar ik denk dat […] die gezinsregisseur echt het belangrijkste is geweest in deze positie, dat weet ik nu wel. In het begin vindt je het eng, wat willen de mensen nu weer allemaal weten, komt er iemand in mijn leven meekijken, op een gegeven moment zit je zo vast, dan kan het niet anders en dan hebben wij het gewoon getroffen met haar. (cliënt)

De gesprekken in de gemeenten laten zien dat een succesvolle eigenkrachtbenadering aanpassingen vergt in de inrichting van het sociaal domein, maar ook in de mindset van beleidsmakers, professionals, cliënten en burgers in de samenleving. In gemeenten is daarmee een start gemaakt, maar beleidsmakers, professionals en cliënten ervaren ook drempels bij het bouwen op eigen kracht. Daarmee waarschuwen ze voor een te makkelijk optimisme over de haalbaarheid van het ideaal van de participatiesamenleving.

Iedere jongere heeft recht op een JIM